Wat zeg ik nu weer.

In het buurdorp van mijn ouders staat een piepklein bouwmarktje. In alleen dàt ene bouwmarktje verkoopt men -geheim van de chef- de beste fotografentape die er is. Sterk (maar niet tè), laat geen resten na, en is niet alleen fijner, maar ook véél goedkoper dan het A-merk.
Altijd als ik weer een rol heb versleten, ben ik bang dat het bouwmarktje failliet gaat of stomweg die tape uit het assortiment haalt.

Wat is tenslotte een fotograaf zonder tape.

Dus ik, met nog driekwart rol te gaan, daarheen, vanmiddag.

De winkel was (waarschijnlijk na een doorstart) van naam veranderd, maar na wat zoeken vond ik de tape, voorheen ruim voorradig in een regenboog aan kleurtjes, nu als drie schamele rolletjes in grijs. Ik voelde het tape-tijdperk tot een roemloos einde lopen en vroeg aan de winkelmeneer of hij misschien nog wat voor me kon bestellen.

Wat zegt ‘ie: “ik heb net nieuwe voorraad binnengekregen, een doos met 24 rollen”.
Wat zeg ik: “als ik nou die hele doos meeneem, krijg ik dan een mooie prijs?”.

Dus.
Ja, ik kreeg een mooie prijs, voor genoeg tape om een olifant mee te mummificeren. Nooit meer zal ik iets hoeven lijmen of spijkeren. Na een aanrijding houd ik bumpers, spatborden en zelfs deuren fier omhoog. Een heel stadion aan hooligans handboeien en mondsnoeren? Bel Geert. Nooit meer hoef ik iemand achter het behang te plakken en zelfs de nagels in mijn doodskist zijn totaal overbodig.

Belangrijker nog: het bouwmarktje kan gerust ter ziele, zelfs de fabrikant mag failliet.
Who cares.
Ik ben binnen!!!